Nieuws

Nieuw standpunt btw-verleggingsregeling onderaanneming en uitlenen personeel

In juni verscheen een opmerkelijk standpunt van een kennisgroep van de Belastingdienst. Dit heeft betrekking op de verleggingsregeling bij onderaanneming en het uitlenen van personeel. Deze regeling is volgens de wettelijke regeling van toepassing op werkzaamheden van stoffelijke aard aan onroerende zaken en schepen. 

Volgens de kennisgroep is de verleggingsregeling beperkt tot de sectoren bouw, metaalconstructiebouw (voor zover het onroerende constructies betreft) en scheepsbouw. Dat brengt met zich mee dat – volgens de kennisgroep – de regeling niet van toepassing is op bijvoorbeeld regulier schoonmaakwerk, maar ook niet in de sectoren groenvoorziening en loonwerk.

In het zogenaamde vastgoedbesluit van de staatssecretaris (2023) wordt nog gemeld dat de regeling van toepassing is op bijvoorbeeld het aanleggen van nieuwe tuinen, maar ook het plegen van tuinonderhoud. Ook het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden aan zowel oude als nieuwe onroerende zaken valt volgens de staatssecretaris onder het begrip ‘werken van stoffelijke aard’. Ook uit de rechtspraak blijkt dat schoonmaakwerk onder de verleggingsregeling kan vallen.

Door dit nieuwe standpunt kan er helaas weer onduidelijkheid komen over de toepassing van de verleggingsregeling.

Verder vermeldt de kennisgroep ten overvloede dat de verleggingsregeling niet van toepassing is als er geen werk van stoffelijke aard wordt verricht, maar dat blijkt ook al uit de tekst van de regeling.